|
Icar woont met zijn vader op een zonnig eiland. Icar speelt veel buiten en vindt het daar heerlijk. Het eiland is van de reuze aardige sprookjeskoning Minos.
Icar vindt de dochter van de koning erg lief. En dan..., dan ontdekt Icar een vreselijk geheim over de koning en over zijn monster: de Minotaurus. Daarom willen Icar en zijn vader vluchten, ver weg van het eiland. Maar de vraag is: hoe?
Ze zoeken allerlei manieren om te vluchten. De vader van Icar kan goed dingen ontwerpen. Hij bouwt een prachtig vliegapparaat en ook nog vleugels van wel 5 meter groot. Maar hoe hard er ook wordt geblazen, hij komt niet van degrond.
En dan maakt Icar vleugels van échte veren. Zal het nu lukken? In deze speelse voorstelling wordt ingegaan op het vermogen van kinderen om vrijuit te kunnen dromen. Arno Huibers slaat zijn vleugels uit en wil met een zeer toegankelijke versie van dit oude Griekse verhaal over Icar(us) jong en oud meenemen in zijn nieuwe theaterprogramma.
Het is een fantasievolle vertelling waarin spanning en humor elkaar afwisselen. |